BIJENVOLK IN UW TUIN !

bijenkast in tuin

Een bijenvolk in uw tuin? Het is eenvoudiger dan u denkt! Kijk hier!

 

BIJENZWERM ??

zwerm small

U heeft een bijenzwerm of wespennest in de tuin.

 Wat nu ??? 

 

EEN TUIN VOL MOOIS !

blauwe druifje

Bij-vriendelijke bloemen maken van uw tuin een feest! Kijk hier.

SPONSORING!

voerakker1 small

Help de bijen!
Stichting Bijenfonds Blaricum en Omstreken.

Sponsort u ook?

De Honingbij 

De honingbij algemeen.

Van alle, meer dan een miljoen (bekende) insecten op aarde wordt alleen de honingbij al vele eeuwen als huisdier gehouden. Waarom is juist dit insect voor de mens zo interessant? Maak kennis met de boeiende wereld van de bij en het bijenvolk en alles wat hier mee samenhangt.
Over de honingbij zijn talloze boeken geschreven. Hier zullen wij daarom volstaan met een korte introductie, bedoeld als een eerste kennismaking met bijen en het bijenvolk. Het onderscheid tussen bijen, hommels en wespen is vaak niet bekend en veel mensen zijn bang om te worden "gestoken". Dit is ten onrechte en wij hopen hiermee een aantal misvattingen over de honingbij te kunnen wegnemen.

Ook zijn mensen vaak niet op de hoogte van het nut en belang van bijen voor de bestuiving. Honingbijen bouwen luchtbruggen tussen populaties van planten. Het bijenvolk is als een poederdoos van stuifmeel waarmee planten over afstanden van kilometers genetisch met elkaar in contact kunnen komen. Bestuiving hangt niet af van die ene bij die van plant tot plant vliegt. De hele bijenkast is als een ruilbeurs van stuifmeelkorrels. In ons aangeharkte landje is nauwelijks nog plaats voor wilde bijenvolken die normaal gesproken in holle boomstammen zouden wonen en een belangrijk deel van de bestuiving voor hun rekening zouden nemen. Imkers beheren grotendeels die ijverige werkers die op hun unieke wijze het stuifmeel transporteren. Onze bijen zorgen daarmee voor kruisbestuiving op grote afstand en faciliteren productie van zaden en vruchten, waarmee ook velerlei dieren zich kunnen voeden. Hiermee spelen onze bijen een, ook voor omstanders, interessante sleutelrol in de natuur.

Dit verhaal begint met de plaats van insecten en in het bijzonder de honingbij in het dierenrijk (taxonomie). Daarna volgt een beknopte beschrijving van de anatomie van de bij en de opbouw en het leven van het bijenvolk.

Tenslotte laten wij u zien hoe bijen met elkaar communiceren.

Taxonomie.

De grondslag voor de indeling van soorten werd in de 18de eeuw gelegd door Carolus Linnaeus, die uitging van een door god geschapen ordening. Deze ordening kwam pas een eeuw later in een ander perspectief te staan doorde evolutietheorie van Darwin ("On the origin of species by means of natural selection" met als ondertitel "or the preservation of favoured races in the struggle for life").

Indeling:
Rijk: Dieren
Stam: Geleedpotigen
Onderstam: Zespotigen
Klasse: Insecten
Orde: Vliesvleugeligen
Onderorde: Wespentaille
Sectie: Angeldragers
Superfamilie: Bijen, hommels, graafwespen
Familie: Bijen (Apidea)

Insecten zijn volgens deze indeling dus een klasse van de geleedpotigen (Arthropoda). Met meer dan 1 miljoen beschreven soorten is het de grootste groep van dieren. Waarschijnlijk zijn vele honderdduizenden soorten nog niet ontdekt.

Insecten leven op het land en in zoet water, slechts enkele soorten leven in zee, maar hier nemen de kreeftachtigen de plaats van de insecten vrijwel volledig in. Sommige insecten spelen een directe rol in het leven van de mens, zoals bij het overbrengen van ziekten, het verzamelen van honing, of door het opeten van de oogst, maar ook door de bestuiving van voedingsgewassen.

Het bijenvolk.

Inleiding.

Over de bij en het bijenvolk had de mens vroeger vreemde opvattingen. Vooral de voortplanting was lang een mysterie. Inmiddels weten we er iets meer van.

Ongeveer 300 jaar voor Chr. beschrijft Aristoteles in zijn "historia animalum" het leven van de bijen. hofstaat2aHij wist al van het bestaan van de koningin (foto: koningin met hofhouding), de darren (mannelijke bijen) en de werksters.

Pas vanaf de zeventiende eeuw werden er ontdekkingen gedaan over de voortplanting van de bij. Toen legde de Nederlander Jan Swammerdam, natuurwetenschapper te Amsterdam de grondslag voor de entomologie (studie van insecten) met zijn Algemeene Verhandeling van de bloedloose dierkens. Hij dacht dat nakomelingen zich in miniatuurformaat bevinden in de zaad- of eicel (Preformatietheorie). De blinde Zwitserse wetenschapper Huber ontdekte in de 18-de eeuw dat de koningin eitjes legt en bevrucht wordt door darren (al vliegend).

We weten nu dat de koningin gedurende de eerste weken van haar leven verschillende keren paart, iedere keer met een andere dar, die na het afgeven van zijn sperma sterft. Vijf tot zeven miljoen spermacellen zijn voldoende voor de drie tot vier jaar durende legtijd van de koningin

In de bijenwoning.

Een bijenwoning bestaat uit een holle ruimte (holle boomstam, korf of kast) met daarin raten van was. De raten zijn opgebouwd uit (zeshoekige) cellen. In de winter bestaat het bijenvolk uit één koningin (ook wel moer genoemd) en ruwweg tienduizend werksters. Deze werksters zijn geboren in het (vorige) najaar. Onder de juiste weersomstandigheden begint de koningin al vroeg in het voorjaar met het leggen van eitjes in lege cellen.broedstadia1 Dat kan oplopen tot wel 2000 per dag. Na drie dagen komen er larfjes uit de eitjes. De larfjes worden door de werksters gevoerd (6 á 7 dagen), waarna de cel wordt gesloten met een laagje was. Dan volgt het popstadium. De duur hiervan is voor een jonge koningin, een werkster of een dar verschillend. Na drie weken zullen jonge werksters worden geboren. De oude winterbijen sterven nu uit maar het volk groeit snel omdat er meer jonge bijen worden geboren. Het volk kan nu uitgroeien tot wel 50 á 60.000 werksters. Een zomerbij leeft ongeveer 6 weken, een winterbij 6 maanden.

Boven: Eitjes en larfjes met voedersap in de cellen

In onderstaande tabel is een en ander samengevat.

 
Koningin
Werksters
Dar
ei
3
3
3
larve
6
6
7
pop
7
12
15
leeftijd
4 jaar zomerbijen 6 weken
winterbijen 6 maanden
2 maanden

Om deze ontwikkeling van het volk mogelijk te maken moet het volk water, voedsel en een aantal hulpstoffen verzamelen. Het voedsel bestaat uit nectar en stuifmeel. De nectar wordt omgezet in honing en dient als energiebron. Het stuifmeel wordt omgezet in voedersap en levert de eiwitten voor de larven. Zowel honing als stuifmeel kunnen als voorraad worden opgeslagen in de cellen. Daarnaast verzamelen bijen harsachtige substanties van bomen en struiken en daarvan maken ze propolis. Propolis dient als een soort kit voor het dichtkitten van kieren en gaten van de bijenwoning. Tenslotte "zweten" bijen was waarmee de raten worden gebouwd.

Zwermen van bijen.

Wanneer in het voorjaar het volk sterk is gegroeid gaat het volk zich voorbereiden om te gaan "zwermen". De koningin gaat onbevruchte eitjes leggen in zogenaamde darrencellen. Uit deze onbevruchte eitjes worden darren geboren (een dar heeft dus geen vader). Als er voldoende darren zijn (voor de bevruchting van toekomstige koninginnen) dan bouwt het volk een aantal speciale koninginnecellen. In deze cellen legt de koningin een bevrucht eitje. De larven hieruit worden gevoerd met speciaal voedersap (zogenaamde koninginnegelei) waardoor deze larve uiteindelijk uitgroeit tot een jonge koningin. Alvorens de eerste jonge koningin uitloopt verlaat de oude koningin met ongeveer de helft van het bijenvolk (de zwerm) de woning om elders een nieuwe kolonie te gaan stichten. Als het volk voldoende sterk is kunnen hierna ook de eerste jonge koninginnen nog zwermen.

Tenslotte blijft er één jonge koningin in het achterblijvende volk over. Jonge koninginnen beginnen na ongeveer 5 dagen aan de "bruidsvlucht" en worden dan door meerdere darren in de lucht bevrucht.

Anatomie van de honingbij

Op onderstaande afbeelding ziet u de lichaamsbouw van een werkster. In tegenstelling tot bijvoorbeeld zoogdieren beschikken bijen niet over centrale hersenen, maar over zenuwknopen. De bij is bijzonder goed toegerust voor haar taak in het bijenvolk. Door de 2 antennes beschikt ze onder meer over een buitengewoon reukvermogen en tastzin. De facetogen stellen haar in staat om bewegingen goed waar te nemen. In de honingmaag kan de bij de nectar vervoeren die ze met haar tong kan opzuigen. In de korfjes aan de achterpoten wordt stuifmeel vervoerd. Ook beschikt de bij met haar kaken en de angel over een paar geduchte wapens om de woning te verdedigen.

 

anatomie

 

De Bijentaal

 De bijentaal is ontdekt door de Oostenrijkse zoöloog en etholoog Karl Ritter von Frisch 1886-1982, geboren in Wenen.

Von Frisch deed experimenten met een doorzichtige bijenkorf. Hij plaatste een voedselbron op een bepaalde afstand en een helper die bij die voedselbron stond gaf de bij die de voedselbron ontdekte een stipje met verf. Zo kon men zien wat die bij met het stipje deed in de bijenkorf om de andere bijen duidelijk te maken dat hij een voedselbron had ontdekt op een bepaalde afstand in een bepaalde hoek ten opzichte van de bijenkorf.

Onder andere voor dit werk kreeg Karl von Frisch in 1973 samen met Konrad Lorenz en Nikolaas Tinbergen de Nobelprijs voor fysiologie en geneeskunde.

Onderstaand filmpje geeft een indruk hoe die taal werkt. De toelichting is in het engels.

 

 

Wie is online?

We hebben één gast en geen leden online

U bevindt zich hier: Start De Honingbij